De eerste 75 jaar …
Op 3 maart 1881 werden de nieuw aangekochte instrumenten verdeeld onder de muzikanten en elk ging hard aan het werk om deze te leren bespelen. Al in april waren er uitvoeringen van La Marseillaise, Het Canaille en Het Verbroederingslied. Enkele weken later, na het leren op pas gaan, brachten ze een eerste serenade te Merksem aan Piet Suikerbuik en Van Soom.
Talrijk waren de partijleden, vergezeld door hun vrouwen, die de stoet verblijdden met hun aanwezigheid langs het parcours. Na deze glorierijke vuurproef besloten ze om deel te nemen aan het festival, ingericht door de Antwerpse Muzikale Kring.
De gekozen stukken werden in orde gebracht en de herhalingen werden nog talrijker. Maquet, die niet goed wist of het een propaganda uitstap was of niet, wilde een zo hoog mogelijk kunstpeil bereiken met zijn spelers, allemaal gewone arbeiders.
De Jong Socialistenopnieuw beschilderd. En van Brussel kregen ze 25 herkenningstekens: een rood fluwelen knop met gouden lier. Op haar eerste festival oogstte De Vredekring verdiend veel bijval.
Van toen af kwam er brood op de plank: van alle kanten kwamen er aanvragen binnen om feestelijkheden en betogingen op te luisteren, om nieuwe lokalen, vaandels en nog veel meer zaken in te huldigen. Bij allerhande manifestaties vroeg men De Vredekring en onze muzikanten deden vol enthousiasme wat ze konden voor de goede zaak. De fanfare werd overstelpt met aanvragen: er was namelijk maar één socialistisch korps.
Van een vergoeding was bijna nooit
sprake en de muzikanten draaiden bijna altijd zelf op voor
de verplaatsingsonkosten. Zon- en feestdagen werden
ingenomen; de vrouwen moedigden hun mannen aan en zelfs de
verloofden vonden steun bij hun toekomstige omdat het immers
voor de goede zaak
was. De vredekringers wisten wat
ze wilden: de vrijmaking, de ontvoogding van de
arbeidersklasse!
In september 1881 gingen ze naar Gent voor een betoging en 's zondags daarop brachten ze een serenade voor hun zieke vriend: één van de schrijvers van de strijdliederen uit die tijd: Jef De Gratie. Hij wilde De Vredekring nog horen spelen voordat hij stierf. Zo gelukkig hij was hen te horen, zo ongelukkig waren zij, toen ze hem kort daarna vergezelden naar zijn laatste rustplaats; de Kielbegraafplaats. Er moest wel nog hard gewerkt worden aan de treurmarsen. En hoeveel soortgelijke tochten hebben wij sindsdien niet meegemaakt?
Toen ze in november 1881 te Brussel uitgenodigd werden op een verzoening tussen liberalen en socialisten, mochten ze geen rode vlag meebrengen. Dit was uitgesloten voor hen. De rode vlag ging mee en werd bij aankomst in een herberg gezet. Van daaruit gingen ze naar de Grote Markt en speelden de Marseillaise wat veel bravo en awoert geroep teweegbracht.
De deelnemers van Gent werden afgehaald aan
de statie. Toen ze terug aan de herberg kwamen, gingen de
vaandrigs met hun vlag aan het hoofd van de fanfare
staan. Nu waren de poppen pas goed aan het dansen.
Van alle kanten werd geroepen Scheur ze kapot!
en
sla ze dood!
De vaandeldragers moesten hun vlag op
dusdanige wijze verdedigen dat de bijl die boven op de vlag
stond eraan te pas kwam. De muzikanten zelf gebruikten hun
handen en voeten en zelfs hun instrumenten om hun aanvallers
af te weren. Pas toen de politie opdook, konden ze verder
opstappen naar de feestzitting in de schouwburg
Alcazar
.
In dat eerste jaar werd het al snel duidelijk wat een impact De Vredekring had en nog zou hebben de komende jaren voor de arbeider en zijn ontvoogding.
Uiteraard is het – voorlopig althans – niet de bedoeling om de geschiedenis van De Vredekring jaar na jaar op deze site te publiceren, daarom hebben we beslist om met foto’s te werken.
Hier volgen nog enkele foto’s vanaf 1891, het 10-jarig bestaan van de vereniging.